Te vermijden grassoorten in een paardenweide
De kwaliteit van een paardenweide is afhankelijk van de grassoorten die er in de weide groeien. Het is daarom belangrijk om ongewenste grassen en onkruiden te herkennen en te beperken. Deze soorten hebben vaak een lage voederwaarde, zijn minder smakelijk en kunnen zelfs gezondheidsproblemen veroorzaken.
In vochtige of verzwakte grasmatten waarin onkruiden domineren, is bovendien de kans groter op opname van vervuilde of beschimmelde plantdelen, wat het risico op maag- en darmirritaties verhoogt. Een kwalitatief arm grasbestand indirect leiden tot tekorten in de voeding, wat zich kan uiten in verminderde conditie, slechtere vachtkwaliteit en een lagere weerstand.
Onkruidgras: Straatgras
Een van de meest voorkomende ongewenste soorten is straatgras (Poa annua). Dit gras groeit snel, zaait zich continu uit en vormt een zwakke zode. Dit leidt tot een open zode en vergroot de kans op modder en verdere onkruidontwikkeling. Daarnaast heeft straatgras de eigenschap dat het vaak bloeit, en zich hierdoor ook snel in een weide kan verspreiden.
Onkruidgras: Ruwbeemd
Ook ruw beemdgras (Poa trivialis) komt veel voor in vochtige percelen. Dit gras vormt een losse, oppervlakkige zode en heeft een lage smakelijkheid. Paarden mijden het vaak, waardoor het zich verder kan uitbreiden. Bovendien is het weinig betredingstolerant, wat kale plekken en structuurschade in de weide versterkt.
Onkruidgras: Kweek
Een andere ongewenste soort is kweek (Elymus repens). Dit gras verspreidt zich via ondergrondse wortelstokken en kan snel dominante plekken vormen. Hoewel het niet giftig is, heeft het een grove structuur en matige voederwaarde. Door de sterke uitbreiding verdringt het gewenste grassen die beter geschikt zijn voor paarden.
Onkruidgras: Witbol
Daarnaast komt witbol (Holcus lanatus) vaak voor op schrale of slecht onderhouden gronden. Dit gras heeft een viltige structuur en wordt door paarden slecht opgenomen. Het kan snel uitbreiden en leidt tot een duidelijke achteruitgang van de weidekwaliteit.
Onkruidgras: Kropaar
Een bijzondere ongewenste soort is kropaar (Dactylis glomerata) wanneer deze sterk doorgroeit en doorschiet. In jonge toestand kan het nog redelijk geschikt zijn, maar in een verder ontwikkeld stadium wordt het zeer grof en stengelrijk. Paarden vermijden het, wat leidt tot ruige pollen en een ongelijkmatige grasmat.
In vochtige of verzwakte grasmatten waarin onkruiden domineren, is bovendien de kans groter op opname van vervuilde of beschimmelde plantdelen, wat het risico op maag- en darmirritaties verhoogt. Tot slot kan een kwalitatief arm grasbestand indirect leiden tot tekorten in de voeding, wat zich kan uiten in verminderde conditie, slechtere vachtkwaliteit en een lagere weerstand.
De nadelige gevolgen van deze onkruidachtige grassen zijn:
- Lagere voederwaarde
- Slechte opname door selectief grazen
- Open zode en kale plekken
- Verdringing van gewenste soorten
- Meer onderhoud nodig
Gericht beheer is daarom essentieel. Belangrijke maatregelen zijn:
- Regelmatig doorzaaien met Horse Master
- Voorkomen van overbegrazing
- Tijdig schoonmaaien
Maar ook het groeistadium van de grasplant, het jaargetijde en de mate van onderhoud aan de weide bepalen uiteindelijk de kwaliteit van een weide.
Horse Master. Sterk gras voor paarden
Horse Master is een weidemengsel speciaal afgestemd op de behoefte van paarden. Door de RPR-technologie in Horse Master zorgt voor een natuurlijk netwerk van wortels met horizontale uitlopers. Hierdoor heeft de paardenweide een zeer stevige zode waardoor het goed bestand is tegen betreding. Daarnaast bevat het mengsel grassen met een laag groeipunt, zodat het gras snel hergroeit na begrazing of een maaibeurt en zijn de rassen in Horse Master zijn geselecteerd op een laag fructaangehalte.