Een sterk antwoord op ganzenvraat en droogte
In verschillende graslandgebieden vormen ganzen een groeiende uitdaging. Vooral in het vroege voorjaar kunnen grote groepen ganzen jonge grasscheuten wegvreten. Hierdoor blijft minder gras beschikbaar voor de eerste snede en loopt de ruwvoerproductie terug. Wanneer deze vraatschade samenvalt met droge omstandigheden, wordt het voor gras nog lastiger om zich te herstellen.
Voor veel veehouders rijst daarom dezelfde vraag: kun je de gevolgen van ganzenvraat beperken door de juiste graskeuze?
Gebaseerd op een publicatie van Bauernblatt
Praktijkonderzoek geeft antwoord
Om die vraag te beantwoorden voerden het Ministerium für Energiewende, Klimaschutz, Umwelt und Natur (MEKUN) en de Landwirtschaftskammer Schleswig-Holstein een praktijkonderzoek uit in een gebied met veel ganzenvraat. Daarbij werden Engels raaigras, festulolium en zachtbladig rietzwenk met elkaar vergeleken.
Van iedere grassoort werd een deel beschermd tegen ganzen en een deel blootgesteld aan natuurlijke vraat. Op deze manier konden de onderzoekers nauwkeurig vaststellen hoeveel invloed ganzen hadden op de opbrengst van de verschillende grassoorten. Daarnaast werd gekeken naar voederwaarde, kuileigenschappen en de ontwikkeling van de grasmat.
De omstandigheden waren extra interessant omdat de proefperiode niet alleen werd gekenmerkt door hoge vraatdruk, maar ook door een lange droge periode in het voorjaar. Daarmee lijken de omstandigheden sterk op de uitdagingen waarmee veel veehouders tegenwoordig worden geconfronteerd.
Zachtbladig rietzwenk behoudt meer opbrengst
De resultaten laten zien dat diepwortelende grassoorten beter bestand zijn tegen de combinatie van ganzenvraat en droogte dan Engels raaigras. Zowel festulolium als zachtbladig rietzwenk realiseerden duidelijk hogere opbrengsten op de percelen die door ganzen werden begraasd.
Ten opzichte van Engels raaigras realiseerde zachtbladig rietzwenk daardoor ongeveer 38% meer droge stof onder omstandigheden met ganzenvraat.
Ook viel tijdens de proef op dat ganzen zich sterker richtten op Engels raaigras, terwijl zachtbladig rietzwenk na een succesvolle vestiging minder gevoelig bleek voor vraatschade. Tegelijkertijd profiteerde deze grassoort van zijn diepe beworteling tijdens het droge voorjaar.
Wat betekent dit voor jouw bedrijf?
Het onderzoek laat zien dat de keuze voor een grassoort invloed heeft op de opbrengstzekerheid van een perceel. Zeker op bedrijven die regelmatig te maken hebben met ganzenvraat, droogte of beide, kunnen diepwortelende grassoorten bijdragen aan een stabielere ruwvoerproductie.
De onderzoeksresultaten bevestigen daarmee wat we in de praktijk al langer zien: zachtbladig rietzwenk behoort tot de meest robuuste grassoorten onder uitdagende omstandigheden zoals ganzenvraat en droogtestress. NutriFibre® is gebaseerd op deze grassoort en bouwt voort op precies die eigenschappen.
Meer weten over NutriFibre?
Ganzenvraat en droogte zijn slechts twee van de uitdagingen waarbij NutriFibre® het verschil kan maken. Ontdek ook de voordelen op het gebied van opbrengstzekerheid, persistentie, ruwvoerkwaliteit en diergezondheid op onze NutriFibre-pagina.
Lees het volledige onderzoek
Benieuwd naar alle details van het onderzoek van MEKUN en de Landwirtschaftskammer Schleswig-Holstein? Lees dan het artikel Robuste Gräser gegen Gänsefraß van Bauernblatt.